Wat is forex handel
- Overzicht
- Hoe een FX handelstransactie werkt
- Quotes geven voor valutaparen
- Kopen / verkopen
- Marge / speculatie
- rollover
- Aan de slag
- Woordenlijst
Woordenlijst
Aanbod - De koers waartegen een dealer bereid is om een valuta te verkopen.
Amerikaanse discontovoet - De rentevoet waartegen Amerikaanse banken hun belangrijkste zakelijke klanten geld lenen
Appreciatie - Er wordt van valuta gezegd dat ze 'apprecieert' als de prijs stijgt in reactie op de marktvraag.
Arbitrage - De aankoop of verkoop van een instrument en het tegelijkertijd innemen van een gelijke en tegenovergestelde positie in een gerelateerde markt, om voordeel te doen met kleine prijsdifferentiaties tussen markten.
BackOffice - De afdelingen en procedures gerelateerd aan de betaling van financiële transacties.
Baissemarkt - Een markt die zich onderscheidt door dalende prijzen.
Basisvaluta - In algemene zin is de basisvaluta de valuta waarin een investeerder of uitgever zijn accountboek heeft. In de FX markten wordt de Amerikaanse dollar gewoonlijk beschouwd als de 'basis' valuta voor quotes, wat betekent dat quotes worden uitgedrukt als een eenheid van $1 per andere valuta vermeld in het paar. De primaire uitzonderingen op deze regel zijn het Britse pond, de Euro, en de Australische dollar.
Beide richtingen - Dealerjargon dat wordt gebruikt bij het quoten als de termijnpremie/-korting bijna in pariteit is. Voorbeeld: "twee-twee beide richtingen" betekent dat er 2 punten aan beide kanten van het huidige punt liggen.
Besmetting - De tendens van een economische crisis om zich van de ene markt naar de andere te verspreiden. In 1997 zorgde politieke instabiliteit in Indonesië voor hoge volatiliteit van de nationale valuta, de roepia. Vanuit daar verspreidde de besmetting zich over andere Aziatische opkomende valuta, en vervolgens naar Zuid-Amerika; dit wordt tegenwoordig de 'Aziatische besmetting' genoemd.
Bestemd voor de markt - Procedure van het herevalueren van alle open posities bij de huidige marktprijzen. Deze nieuwe waarden bepalen vervolgens de margevereisten.
Bevestiging - Een document dat door wederzijdse transactiepartijen wordt uitgewisseld, waarin de voorwaarden van die transactie worden vastgelegd.
Bied / vraag spread - Het verschil tussen de bied- en aanbodprijs, en de meest algemeen gebruikte maatstaf voor marktliquiditeit.
Biedkoers - De koers waartegen een handelaar bereid is om een valuta te kopen.
Boek - In een professionele handelsomgeving is een 'boek' het overzicht van alle posities van een handelaar of bureau.
Buitenlandse valuta - (Forex, FX) - het gelijktijdig kopen van de ene valuta en verkopen van de andere.
Bundesbank - Duitse Centrale Bank.
Cable - Handelaarsjargon dat refereert aan de Britse pond sterling/Amerikaanse dollar wisselkoers. Wordt zo genoemd omdat de koers vroeger werd verstuurd via een trans-Atlantische kabel vanaf het midden van de 19e eeuw.
Centrale Bank - Een overheids- of semi-overheidsorganisatie die het monetaire beleid van een land bepaalt. De Amerikaanse centrale bank bijvoorbeeld is de Federal Reserve, en de Duitse centrale bank is de Bundesbank.
Clearing - De procedure om een transactie te vereffenen.
Commissie - Een transactiebijdrage die door een makelaar in rekening wordt gebracht.
Contract - De standaardeenheid voor handelen.
Cross Rate - De wisselkoers tussen twee willekeurige valuta die als niet-standaard worden beschouwd in het land waar het valutapaar wordt gequote. In de VS zou bijvoorbeeld een GBP/JPY quote als cross rate worden beschouwd, terwijl in het VK of Japan het één van de primaire verhandelde valutaparen zou zijn.
Daghandel - Verwijst naar posities die worden geopend en gesloten op dezelfde handelsdag.
De ene annuleert de andere order (OCO) - Een benaming voor twee orders waarbij als één deel van de twee orders wordt uitgevoerd, de andere automatisch wordt geannuleerd.
Dealer - Een persoon die optreedt als hoofdpersoon of tegenpartij bij een transactie. Hoofdpersonen nemen één kant van een positie in, waarbij ze hopen een spread (winst) te boeken door de positie af te sluiten bij een daaropvolgende transactie met een andere partij. In tegenstelling hiermee is een makelaar een individu die of bedrijf dat optreedt als tussenpersoon, en kopers en verkopers tegen een bedrag of commissie bij elkaar brengt.
Depreciatie - Een daling van de waarde van een valuta als gevolg van marktkrachten.
Derivaat - Een contract dat van waarde verandert in relatie tot de prijsbewegingen van een gerelateerd of onderliggend onderpand, future, of ander fysiek instrument. Een optie is het meest gebruikelijke derivaat.
Devaluatie - De opzettelijke neerwaartse aanpassing van een valutaprijs, gewoonlijk door middel van een officiële aankondiging.
EURO - De valuta van de Europese Monetaire Unie (EMU). De vervanging van de Europese Valuta Eenheid (ECU).
Economische indicator - Een door de overheid uitgegeven statistiek die de huidige economische groei en stabiliteit aangeeft. Gebruikelijke indicatoren zijn onder meer werkloosheidscijfers, Bruto Binnenlands Product (BBP), inflatie, detailhandelsverkopen, enz.
End of day order (EOD) - Een order om tegen een opgegeven prijs te kopen of verkopen. Deze order blijft open staan tot het einde van de handelsdag, dat gewoonlijk 5 uur 's middags EST is.
Europese Centrale Bank (ECB) - de centrale bank voor de nieuwe Europese Monetaire Unie.
Europese Monetaire Unie (EMU) - De belangrijkste doelstelling van de EMU is om één enkele Europese valuta genaamd de euro in te voeren, die officieel de nationale valuta van de EU lidstaten in 2002 zal vervangen. Op 1 januari 1999 is de overgangsfase van de introductie van de euro begonnen. De euro bestaat nu als bancaire valuta en papieren financiële transacties en buitenlandse handel wordt in euro uitgedrukt. De overgangsperiode zal drie jaar duren, en tegen die tijd zullen de eurobankbiljetten en munten in circulatie komen. Op 1 juli 2002 zal uitsluitend de euro wettig betaalmiddel zijn voor EMU deelnemers; de nationale valuta van de lidstaten zullen ophouden te bestaan. De huidige leden van de EMU zijn Duitsland, Frankrijk, België, Luxemburg, Oostenrijk, Finland, Ierland, Nederland, Spanje, en Portugal.
Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC) - De regulerende instantie die verantwoordelijk is voor het administreren van de bankdepositoverzekeringen in de VS.
Federal Reserve (Fed) - De centrale bank van de Verenigde Staten.
Flat/square - Dealerjargon dat wordt gebruikt om een positie te beschrijven die volledig is teruggedraaid, bv. u hebt $500.000 gekocht en vervolgens $500.000 verkocht, waardoor u een neutrale (flat) positie hebt gecreëerd.
Fundamentele analyse - Analyse van economische en politieke informatie met als doel de toekomstige bewegingen in een financiële markt te bepalen.
Futures contract - Een verplichting om een goed of instrument te verhandelen tegen een vaste prijs op een datum in de toekomst. Het primaire verschil tussen een future en een termijnpositie is dat futures typisch worden verhandeld via een beurs (beursverhandelde contracten - BVC), terwijl termijnposities worden beschouwd als over de toonbank (ODT) contracten. Een ODC contract wordt NIET verhandeld op een beurs.
Goed totdat geannuleerd order (GTG) - Een order om tegen een opgegeven prijs te kopen of verkopen. Deze order blijft open staan totdat hij wordt uitgevoerd of totdat de klant hem annuleert.
Graficus - Een persoon die tabellen en grafieken gebruikt en historische gegevens interpreteert om trends te vinden en toekomstige bewegingen te voorspellen. Wordt ook aangeduid als technisch handelaar.
Grote getallen - Dealeruitdrukking die verwijst naar de eerste paar cijfers van een wisselkoers. Deze getallen wijzigen zelden bij normale marktfluctuaties, en worden daarom weggelaten bij dealerquotes, vooral in tijden waarin een hoge marktactiviteit plaatsvindt. Bijvoorbeeld, een USD/JPY koers kan 107.30/107.35 bedragen, maar zou mondeling worden gequote zonder de eerste drie cijfers, d.w.z. "30/35".
Handelsbalans - De waarde van de totale export van een land min de totale import.
Haussemarkt - Een markt die zich onderscheidt door stijgende prijzen.
Hedge - Een positie of combinatie van posities die het risico van uw primaire positie vermindert.
Inflatie - Een economische omstandigheid waarbij prijzen voor consumptiegoederen stijgen, en zo de koopkracht uithollen.
Interbancaire koersen - De buitenlandse valutakoersen waartegen grote internationale banken andere grote internationale banken quoten.
Kaarsgrafiek - Een grafiek die het handelsbereik voor de dag aangeeft, evenals de openings- en sluitingsprijs. Als de openingsprijs hoger is dan de sluitingsprijs, is de rechthoek tussen de openings- en sluitingsprijs gearceerd. Als de sluitingsprijs hoger is dan de openingsprijs, is dat gebied van de grafiek niet gearceerd.
Keuzemarkt - Een markt zonder spread. Alle transactieaankopen en -verkopen vinden plaats tegen die ene prijs.
Koers - De prijs van een valuta uitgedrukt in die van een ander; wordt typisch gebruikt voor handelsdoeleinden.
LIBOR - De London Inter-Bank Offered Rate. Banken gebruiken LIBOR als ze van een andere bank lenen.
Landenrisico - Risico dat wordt geassocieerd met transacties over de grens, inclusief maar niet beperkt tot juridische en politieke omstandigheden.
Levering - Een FX transactie waarbij beide kanten de feitelijke levering van de verhandelde valuta leveren en aannemen.
Limietorder - Een order met beperkingen voor de maximumprijs die betaald dient te worden, of de minimumprijs die ontvangen dient te worden. Als voorbeeld: als de huidige prijs van USD/JPY 102.00/05 bedraagt, dan zou een limietorder om USD te kopen op een prijs onder 102. liggen (d.w.z. 101.50)
Liquidatie - Het sluiten van een bestaande positie door het uitvoeren van een vereffeningtransactie.
Liquiditeit - De mogelijkheid van een markt om een grote transactie te accepteren met minimale tot geen impact op prijsstabiliteit.
Long positie - Een positie die in waarde apprecieert als marktprijzen stijgen.
Makelaar - Een individu die of bedrijf dat optreedt als tussenpersoon, en kopers en verkopers tegen een bedrag of commissie bij elkaar brengt. In tegenstelling daarmee legt een 'dealer' vermogen in en neemt één kant van een positie in, waarbij hij hoopt een spread (winst) te boeken door de positie af te sluiten bij een daaropvolgende transactie met een andere partij.
Marge - Het vereiste vermogen dat een investeerder moet inleggen om een onderpand voor een positie te geven.
Margecall - Het vereiste vermogen dat een investeerder moet inleggen om een onderpand voor een positie te geven.
Marktmaker - Een dealer die regelmatig zowel bied- als vraagprijzen quote, en klaar is om een tweezijdige markt voor ieder financieel instrument te leveren.
Marktrisico - Blootstelling aan wijzigingen in marktprijzen.
Omzet - De totale geldwaarde van alle uitgevoerde transacties tijdens een bepaalde tijdsperiode; volume.
Onderpand - Iets wat wordt ingelegd om een lening veilig te stellen, of als prestatiegarantie.
Ondersteuningsniveaus - Een techniek die gebruikt wordt bij technische analyses, die een specifiek prijsplafond en -bodem aangeeft waarop een bepaalde wisselkoers zichzelf automatisch corrigeert. Tegenovergestelde van weerstand.
Oorspronkelijke marge - De oorspronkelijke inleg van een onderpand die vereist is om een positie in te nemen, ter garantie van toekomstige prestaties.
Open order - Een order die zal worden uitgevoerd als een markt naar de genoemde prijs beweegt. Wordt gewoonlijk geassocieerd met "Goed totdat geannuleerd" orders.
Open positie - Een handelstransactie die nog niet is teruggedraaid of vereffend met een fysieke betaling.
Over de toonbank (ODT) - Gebruikt om iedere transactie te beschrijven die niet via een beurs wordt uitgevoerd.
Overeenkomst van Bretton Woods uit 1944 - Een overeenkomst die vaste buitenlandse wisselkoersen voor de belangrijkste valuta vastlegde, bedoeld voor de interventie van centrale banken op de valutamarkten, en gekoppeld aan de goudprijs tegen USD 35 per ounce. De overeenkomst hield stand tot 1971, toen de Amerikaanse president Nixon de overeenkomst van Bretton Woods opzegde en een glijdende wisselkoers voor de belangrijkste valuta tot stand bracht.
Overnight - Een handelstransactie die open blijft staan tot de volgende werkdag.
Pips - Cijfers toegevoegd aan of afgetrokken van de vierde decimale positie, d.w.z. 0.0001. Worden ook punten genoemd.
Politiek risico - Blootstelling aan wijzigingen in overheidsbeleid die een negatief effect op de positie van een investeerder hebben.
Positie - De netto totale voorraad van een bepaalde valuta.
Premie - Beschrijft in valutamarkten de hoeveelheid waarbij de termijnpositie of futures prijs boven de spotprijs uitkomen.
Prijs in twee richtingen - Wanneer zowel een bied- en aanbodkoers voor een FX transactie worden gequote.
Prijstransparantie - Beschrijft quotes waartoe iedere marktdeelnemer gelijke toegang heeft.
Quote - Een indicatieve marktprijs, normaliter uitsluitend gebruikt voor informatiedoeleinden.
Revaluatie - Een stijging in de wisselkoers voor een valuta als gevolg van een interventie van een centrale bank. Tegenovergestelde van devaluatie.
Risico - Blootstelling aan onzekere wijzigingen, meestal gebruikt met een negatieve connotatie van ongunstige wijziging.
Risicomanagement - Het toepassen van financiële analyses en handelstechnieken om de blootstelling aan verschillende risicotypes te verminderen en/of te beheersen.
Roll-over - Proces waarbij de vereffening van een transactie wordt uitgesteld naar een andere waardedatum. De kosten van dit proces zijn gebaseerd op de rentevoetdifferentiatie van de twee valuta.
Ruil - Een valutaruil is het gelijktijdig verkopen en kopen van dezelfde hoeveelheid van een bepaalde valuta tegen een termijnwisselkoers.
Short positie - Een investeringspositie die profiteert van een daling van de marktprijs.
Spotprijs - De huidige marktprijs Vereffening van spottransacties vindt gewoonlijk plaats binnen twee werkdagen.
Spread - Het verschil tussen de bied- en aanbodprijzen.
Sterling - Slang voor het Britse pond
Stop-loss order - Ordertype waarbij een open positie automatisch wordt geliquideerd tegen een specifieke prijs. Vaak gebruikt om blootstelling aan verliezen te minimaliseren als de markt beweegt tegen de positie van een investeerder in. Als voorbeeld: als een investeerder een long positie USD tegen 156.27 heeft, wil hij wellicht een stop-loss order zetten op 155.49, wat de verliezen zou minimaliseren als de dollar deprecieert, mogelijk onder 155.49.
Technische analyse - Een poging om prijzen te voorspellen door marktgegevens te analyseren, d.w.z. historische prijstrends en gemiddeldes, volumes, open rente, enz.
Tegenpartij - Eén van de deelnemers aan een financiële transactie.
Tekort - Een negatieve handels- of betalingsbalans.
Termijnpositie - De van tevoren gespecificeerde wisselkoers voor een contractvereffening van vreemde valuta op een bepaalde overeengekomen datum in de toekomst, gebaseerd op de rentevoetdifferentiatie tussen de twee betrokken valuta.
Termijnpositiepunten - De pips die worden toegevoegd aan of afgetrokken van de huidige wisselkoers om een termijnprijs te berekenen.
Tomorrow Next (Tom/Next) - Gelijktijdig kopen en verkopen van een valuta voor levering op de volgende dag.
Toonaangevende indicatoren - Statistieken die worden beschouwd de toekomstige economische activiteit te voorspellen.
Transactiedatum - De datum waarop een handelstransactie plaatsvindt.
Transactiekosten - De kosten van het kopen of verkopen van een financieel instrument.
Uptick - Een nieuwe prijsquote tegen een prijs die hoger is dan de vorige quote.
Uptick regel - In de VS is dit een regulering waarbij een aandeel niet short mag worden verkocht, tenzij de laatste transactie voorafgaand aan de short verkoop tegen een lagere prijs plaats vond dan de prijs waarop de short verkoop wordt uitgevoerd.
Valuta - Iedere vorm van geld uitgegeven door een overheid of centrale bank, en gebruikt als legaal betaalmiddel en een handelsbasis.
Valutarisico - De mogelijkheid van een omgekeerde wijziging in valutakoersen.
Variatiemarge - Fondsen die een makelaar moet eisen van de klant om de vereiste marge ingelegd te hebben. De term heeft meestal betrekking op aanvullende fondsen die ingelegd moeten zijn ten gevolge van ongunstige prijsbewegingen.
Vereffening - Het proces waarbij een transactie in de boeken en bestanden van de wederzijdse partijen van een transactie wordt genoteerd. De vereffening van valutatransacties kan maar hoeft niet de werkelijke fysieke uitwisseling van de ene valuta tegen de andere te omvatten.
Vereffeningtransactie - Een transactie die ertoe dient om een deel of al het marktrisico van een open positie te annuleren of te vereffenen.
Vermogensallocatie - Investeringspraktijk die fondsen verdeelt over verschillende markten om diversificatie te bereiken omwille van beheersdoeleinden en/of verwachte opbrengsten, die consistent met de doelstellingen van een investeerder zijn.
Vervaldag - Procedure van het herevalueren van alle open posities bij de huidige marktprijzen. Deze nieuwe waarden bepalen vervolgens de margevereisten.
Volatiliteit (Vol) - Een statistische maatstaf van de prijsbewegingen van een markt over een bepaalde tijdsperiode.
Vraagkoers - De koers waartegen een financieel instrument te koop wordt aangeboden (zoals in een bied/vraag spread).
Waardedatum - De datum waarop wederzijdse partijen bij een financiële transactie akkoord gaan om hun respectievelijke verplichtingen te voldoen, d.w.z. betalingen uit te wisselen. Bij spotvalutatransacties is de waardedatum gewoonlijk over twee werkdagen. Ook bekend als expiratiedatum.
Weerstand - Een term die wordt gebruikt bij technische analyses, en die een specifiek prijsniveau aangeeft waarop de analyse concludeert dat mensen gaan verkopen.
Whipsaw - Slang voor de situatie van een zeer volatiele markt waar een scherpe prijsbeweging snel wordt gevolgd door een scherpe omkeer.
Yard - Slang voor miljard.
A | B | C | D | E | F | G | H | I | K | L | M | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | Y




